Print deze pagina

Rembrandt in Olst




Het was Huub Coenen die met het idee kwam de Olster bevolking een lezing aan te bieden over het vrijwel bewezen feit, dat een van de bekendste etsen van Rembrandt, "De drie bomen", zo goed als zeker valt te situeren in de omgeving van Olst. Een uniek gegeven, want tot nu toe werd aangenomen dat landschappen van Rembrandt uitsluitend zijn te localiseren als zijnde afkomstig uit de omgeving Amsterdam, waar Rembrandt in de jaren '40 van de 17e eeuw woonde en werkte. De ontdekking dat Rembrandt werken schiep, gebaseerd op een landschap in een geheel een ander deel van het land is dan ook een wereldprimeur van de eerste orde. Het was Olst die deze primeur kreeg. Huub vroeg de Herensociëteit voorheen De Nuts Neut om zijn idee te realiseren. En zo geschiedde. 

Voorafgaand aan de lezing, die werd gehouden in een werkelijk afgeladen zaal (er moesten zelfs mensen staan) van 't Holstohus te Olst op de eerste vrijdag van april 2016, verschenen in de loop van een aantal weken vier artikelen in Huis aan Huis Huis/Reklamix. We vatten de artikelen hieronder samen, aan de hand van de introductie-tekst die op deze avond werd uitgesproken als inleiding voor de heer drs Van der Molen, landschaphistoricus en leider van het onderzoeksteam dat studie verricht naar de etsen van Rembrandt: 

"Al weken gonst het in Olst, rond de artikelen over Rembrandt die in vier delen zijn verschenen in Huis aan Huis/Reklamix. Er wordt heel veel over gepraat. We hebben vandaag een avond met onthullingen, bij monde van de heer drs Van der Molen, over een werk van Rembrandt die nooit eerder zijn gedaan. Wij zijn verheugd dat we deze onthulling mogen doen in ons aller dorpje Olst, parel aan de IJssel en na vanavond misschien wel parel aan het werk van Rembrandt. Wij verwachten dan ook dat dit zaaltje de Rembrandtzaal gaat heten, dat de brandweerkazerne in Olst wordt omgedoopt tot Rem-Brandt-Kazerne en dat de rotonde bij Olst-Zuid binnenkort het Rembrandtsplein heet.

Mijn naam is Rob van der Werf en ik ben, samen met Marinus Beumer en Evert Feith, Regent van de Herensociëteit voorheen De Nuts Neut, anno 1986. Deze herensociëteit bestaat uit ruim 40 leden die maandelijks bij elkaar komen, waar de problemen van het leven worden besproken én opgelost en waar we onder het genot van een goed glas wijn of een mooi biertje wat keuvelen over kunst, cultuur en aanverwante zaken. Deze sociëteit bestaat binnenkort, op 4 april, dertig jaar en dat hebben we inmiddels gevierd tijdens onze jaarlijkse kerstviering in maart.
Het is deze sociëteit die u de lezing van de heer Van der Molen aanbiedt en vandaar dat u ook enkele soosleden aantreft. Het is het Gouden Lid van de soos, Reint Eilerts, die de heer Van der Molen wist over te halen om vanavond vanuit het altijd mooie, maar verre Amsterdam af te reizen naar Olst. 


Huub Coenen.

In zijn functie van landschaphistoricus en leider van  het onderzoeks-team zal de heer Bernhard van der Molen u vanavond meenemen naar het onderzoek over Rembrandt's ets “De drie bomen”. Voordat ik het woord geef aan de heer Van der Molen, zal ik zijn betoog inleiden. Deze inleiding verscheen in vier delen feitelijk al in Huis aan Huis/Reklamix, maar voor de mensen die dit niet hebben gelezen vat ik deze reeks kort samen:

De Historische Vereniging ’t Olster Erfgoed is voornemens in 2016 een tentoonstelling in ’t Holstohus in te richten met historische schilderijen van bekende en onbekende schilders uit vorige eeuwen, die betrekking hebben op Olst, Wijhe, de naburige dorpen en de IJssel. Dat betreft zowel landschappen, als dorpsgezichten.
Bekende landschapsschilders zijn bijvoorbeeld Jacob van Ruisdael en Hendrick Averkamp, maar er zijn vast meer schilders die hebben gewerkt in onze contreien, Die schilderijen, etsen en prenten wil ’t Olster Erfgoed opsporen en tentoonstellen. De vereniging vraagt dan ook met klem aan de eigenaren om hun werken af te staan voor deze tentoonstelling.

Huis aan Huis/Reklamix wordt ook goed gelezen in Diepenveen, want n.a.v. het eerste artikel in het blad reageerde de heer M.C. van den Berge uit Diepenveen. Ik zie ‘m trouwens daar zitten, een speciaal welkom! Ik citeer her artikel van de heer van den Berge:

Als wetenschappelijk medewerker van de Universiteit van Amsterdam ben ik momenteel betrokken bij een samenwerkingsverband dat onderzoek verricht naar met name etsen van Rembrandt. In dat samenwerkingsverband is gebleken dat er een aantal etsen van Rembrandt uit de jaren ’40 van de 17e eeuw niet duidelijk gesitueerd kunnen worden. Afgaande op de datering is men er altijd van uitgegegaan dat Rembrandt de etsen maakte naar aanleiding van schetsen die hij maakte in de omgeving van Amsterdam en Haarlem. Toch waren er details in bepaalde etsen die niet klopten met deze aanname. 


Drs Poelhekke, Universiteit van Amsterdam, specialisatie oude Nederlandse taal en -geschriften.

Bij verdere studie kwam boven, dat Rembrandt in die jaren tenminste één keer, samen met zijn vriendin, concubine zo u wilt, Hendrickje Stoffels, naar haar geboortedorp Bredevoort in de Achterhoek is gereisd. In die tijd een hele ondernemening en ongetwijfeld is er ergens overnacht. Daarop doorgaand bleek dat Hendrickje’s familie destijds woonde in de omgeving van Deventer / Olst, wat is gelegen aan een oude, in die tijd bestaande route tussen Amsterdam en de Achterhoek. De werkgroep is er inmiddels vrijwel van overtuigd dat Rembrandt met zijn Hendrickje korte of langere tijd heeft gebivakkeerd in Deventer / Olst.
Toen die route duidelijk werd is men gaan doorstuderen op bepaalde niet te situeren etsen. Het werd helder: het landschap in de omgeving van Bredevoort bood géén overeenkomsten met het landschap daar, maar het IJssel-landschap gaf die overeenkomsten zeker wel!

Het onderzoek is nog in volle gang en het is misschien iets te vroeg voor 100% vaststaande feiten, maar voor één van zijn etsen “De drie bomen” valt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te melden dat deze ets gemaakt is in de uiterwaarden bij Olst. Onderzoek naar landschapstructuren in de 17e eeuw maken dit duidelijk. Dit zou kunnen inhouden dat Rembrandt enige tijd in het toenmalige Olst heeft doorgebracht. Voor zover in ’t kort de heer Van den Berge.

De ets ”De drie bomen” toont vanuit Olst een kijkje naar de zuidelijke zichtrichting, waarvan ook enige bebouwing zichtbaar is. Details van de  aan de horizon zichtbare gebouwen, molens en bebossing overtuigde het onderzoeksteam, net als de nog altijd herkenbare landschap-structuren die er nu nog zijn tussen Olst en Deventer.
Het vaststaande feit dat de familie van Hendrickje Stoffels heeft gewoond in de omgeving van Deventer / Olst, legde de basis om het onderzoek te richten op deze omgeving. Welnu, alles lijkt er op te wijzen dat Rembrandt ooit in Olst vertoefde en daar zijn basis legde voor een van zijn bekendste etsen, “De drie bomen”.

Voordat ik het gras nog verder wegmaai onder de voeten van de heer Van der Molen zou ik hem nu graag het woord geven. We hebben op dit moment echter een piepklein probleempje, want de heer Van der Molen blijkt in de file te staan bij Deventer en is dus ietwat verlaat.


Afgeladen zaal, met rechts vooraan de heer M.C. van den Berge uit Diepenveen.

Gelukkig is hier ook aanwezig de heer drs Poelhekke, Universiteit van Amsterdam, eveneens betrokken bij het onderzoek en wel als Neerlandicus, gespecialiseerd in oud-Nederlands zoals dat werd geschreven en gesproken in de 17e eeuw. Hij heeft reeds vele documenten over Rembrandt en andere meesters doorgespit. Totdat de heer Van der Molen is gearriveerd en dat zal niet lang meer duren, zal hij u bijpraten over een bijzonder geschrift van Rembrandt dat hij in de archieven ontdekte. Dames en heren, de heer Poelhekke!"

De presentatie van de heer Poelhekke, met lichtbeelden van etsen van Rembrandt en met natuurlijk de ets "De drie bomen":

"Het was mijn swaeger Lodewieck Stoffel met wie ick den stadt aanschouwde. 
Dese stad ligt in open gesonde lught en goede landsdouwe.
Op den oefer van den IJsselstroom ende heeft daar langens enen hogen muur tot haer versekeringhe.
Ende enen Welle die uijt den IJssel is opgemuert, daer de scheepen bequamelijck konnen aanleggen.

Aan den landseijde is enen ouden wal ende veste, maer ook daer buijten enen swaeren aerden wal met bolwercken ende halfe maenen welck op hedendaagsche manier door den sorgvuldigheijt van Ambaghts Heeren onderhouden wort.
Aan den binnenseijde is den stad seer wel betimmert, maar hebbende doorgaens enge straten, waar door ook den luister van vele schone huijsen wort verdonckert tot schimmigheden.
Dan is daer ook ene brugge over den IJsselstroom, ende ene bequame haven.

Ook drie schone kerken; de een genaemt Lubuini, versien met een kraghtigen toren en een klockenspel. De twede genaemt Nicolaeskerk, gelegen op den berge met twee spitse torens Pyramidis opgebout. Ende derde, de Minder Broederskerk.
Het schoonste bouwwerck is de Stads Wage, sijnde hetselve enen aansienlijk gebouw, getimmert van den steen der afgeworpene blokhuijsen. Daer gelegen op den groten markt, waer in den laten middagsonne swarte schimmen van schone  lommeren over vallen.

Voor den schilder is de begoocheling van den IJsselstroom enen bekoring. Van mijnen swaeger werd ik gewaer de bekoorlijckheit van de weerden noordwaerts tusschen den stad en de dorpen Diepenveen en Olst.
Een aanblick met wisselingen van wielen, poelen, grasweijden ende verhevenheden met geboomten ende houtgewassen.

Lodewieck meende het sou enen lust sein die schoonheijt te ervaren en daer te schetsen omringt door den bekoorlijckheit van het land.
Maar den tijd was daarvoor niet gegeven. De reis naar onzer stad Amsterdam  moest vroegher gaen
Hoe groot was den spijt nimmer het schone land bij Olst te besoecken ende daer nooit te kunnen wercken aan den ets ”De drie bomen”
Ende ware het so dat menschen in vooruijtsichtiger jaeren staende houden dat ick nochtans in Olst gewesen was, dan moet dat gegrond sein op een dwaling in den ondersoecken.

Ende komt dese falsche bewering in het vroeghe voorjaer dan moet het seijn dat het betreft enen onbetamelijcken grol zo als men plagt te vervullen op den dag van den eersten april." 

De afsluiting van de avond: 

"Beste mensen, we gaan afsluiten. Dank voor uw aanwezigheid. Zoals u misschien weet is er in de
dertig  jaar dat de herensoos nu bestaat, traditioneel weinig serieusheid uit die soos voortgekomen. Zo ook nu.

Om de teleurstelling ietwat te verzachten nodigt de herensociëteit u graag uit om beneden, in de Brasserie, nog wat na te praten en wat te drinken. Wij bieden u een drankje aan, zo rijk is de soos niet, de rest is voor eigen rekening. En we wensen u wel thuis. Op deze mooie eerste dag van de maand april."

Het was nog lang gezellig in de Brasserie, op de eerste vrijdag van de maand april in 2016. 


Gezellige nazit in een afgeladen Brasserie.

En dan nog even dit:

Ere wie ere toekomt! Het basis-idee kwam van Huub Coenen, het eerste artikel in Huis aan Huis/Reklamix was van de hand van redacteur Hans van der Heijden en de volgende drie artikelen én de "oud-Nederlandse" tekst die Thijs Poelhekke onder meer voordroeg,  waren verzinselen van onze oud-Regent, van ons huidige Gouden Lid: Reint Eilerts. Waarvoor hulde! 

En DirkJan Vos in Amsterdam wijdde een leuk artikeltje aan de soos en onze Rembrandt avond.
Het artikel vindt u hier. Dat uw Regenten zelf tuinden in de 1-aprilgrap ven Harry Harmsen (De Brasserie in het Holstohus), dat hebben de Regenten u natuurlijk niet verteld.... ;-) 





 


Vorige pagina: BBQ in Willy Dobbeplantsoen
Volgende pagina: Museum Oud Keukengerei